De tempel van het recht

Ik zag voor het eerst in mijn leven de binnenkant van een Gerechtsgebouw. De zaal waar de Negentiende Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Dendermonde samenkwam, was me echter vreemd vertrouwd. Met zijn hoge ramen, glas-in-lood bij de dakramen, de houten lambrisering en zowaar heiligen daarboven in bas-reliëf, verwachtte ik elk moment een priester in deze tempel van het recht. Even later werd ook net als in de einde- en talloze kerkdiensten uit mijn jeugd een bel geluid toen de hoogwaardigheidsbekleders de zaal binnenkwamen.

U raadt wellicht (of nee, hopelijk) al dat ik niet verplicht was in deze zaal te verschijnen, maar me er uit min of meer vrije wil bevond. Om een stuk te schrijven over een rechtszaak naar keuze. Ik zag een paar zaken die niet meteen bruikbaar waren, eentje waar ik wel mee aan de slag zal kunnen, en moest vaak ook lang wachten. Niet alleen begon de zitting een half uur te laat, ze werd ook voortdurend geschorst als een beklaagde of advocaat niet aanwezig was of wanneer de samenstelling van het rechtscollege moest veranderen.

Ik zag ook heel wat miserie. Op de twee Roemeense inbrekers na die onbewogen van hun tolk aanhoorden een straf van 40 maanden effectief te hebben gekregen, had ik met alle beklaagden vooral medelijden. Een jongen van 18 die na een kruimeldiefstal (en ook op basis van een aantal eerdere feiten) al een maand in voorlopige hechtenis zat, pleitte er zelf voor een werkstraf te krijgen. Dat lag moeilijk omdat hij niet over een vast adres beschikte. Bij zijn ouders kon hij niet terecht en dus fladderde hij maar van vriendin naar vriendin volgens wie hem in huis wou nemen.

Twee vijfentwintigjarigen hadden drie jaar geleden uit geldnood een gemeenschappelijke kennis bij zijn lucratieve drughandel geholpen. Beiden hadden bekentenissen afgelegd. Het onderzoek – telefoontaps, huiszoekingen, getuigen – bevestigde hun verklaring dat ze beiden slechts zijdelings betrokken waren, maar de kompaan die het handeltje had opgezet en daar grof aan verdiende – en die op het proces niet kwam opdagen – probeerde de volledige schuld in hun schoenen te schuiven. Drie jaar na de feiten leken beiden op het goede pad.

Of dat ook echt zo was, is natuurlijk moeilijk te zeggen. De beklaagden hadden er alle voordeel hun aandeel zo miniem mogelijk en hun vroegere omstandigheden zo miserabel mogelijk voor te stellen. Waarschijnlijk waren de antwoorden die ze op de vragen van de voorzitter gaven, grondig voorbereid met hun advocaten.

Ik weet niet of het cynisch is of realistisch om ervan uit te gaan dat deze sukkelaars de boel stonden te belazeren. Wat ik wel weet, is dat ik niet in de schoenen van de rechter zou willen staan, die zo’n inschatting wel moet maken. Van mij hadden ze allemaal het voordeel van de twijfel gekregen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s