Oudjaarblues (voor de vaders)

Kan je om zes uur ‘s avonds, op een bewolkte avond vallende sterren zien? Het moet wel een zinsbegoocheling geweest zijn. Ik stond even buiten frisse lucht te happen, even van een drukke dag bekomen voor ik me naar een nieuwjaarsfeestmaal moest begeven. Mijn blik volgde de takken van de kale winterbomen, waarvan het lijnenspel me soms kan begeesteren als een abstract schilderij. Magie zit soms in willekeur en geometrie. In een ooghoek zag ik plots een lichtflits, te hoog om vuurwerk te zijn (al had ik al wat knallen gehoord, door mensen die proefdraaiden voor middernacht). Een vallende ster, dacht ik dus meteen, om daarna vast te stellen dat er helemaal geen sterren te zien waren. Dat het een grijze, bewolkte avond was.

En ik vroeg me af of er ooit om zes uur ‘s avonds al sterren te zien zijn geweest. Waardoor ik me plots realiseerde dat het zes uur ‘s avonds op oudejaarsdag was, en daarmee exact 18 jaar geleden dat mijn vader stierf. Als ik meer metafysisch was aangelegd, had ik in die ‘vallende ster’ ongetwijfeld een teken gezien. Nu blijf ik erbij dat het een zinsbegoocheling was. Mijn vader was wel metafysisch aangelegd, maar zou ook niet in een groet van een ster geloofd hebben. Overtuigde christenen worden geen ster na hun dood, ze gaan gewoon naar de hemel. Misschien was die al-dan-niet-ster voor hem gewoon een teken van God geweest.

Er gaat geen jaar voorbij of op oudjaar denk ik wel eens terug aan 31 december 1995. Het jaar dat er geen nieuwjaar leek geweest te zijn. Maar dankzij wat geen ster kon zijn, stond ik er dit jaar langer en intenser bij stil. Achttien jaar waren voorbij gegaan sinds die ingrijpende dag waarop ik zeventien-en-een-half jaar oud was. Wat betekent dat dit de eerste verjaardag van zijn overlijden was waarop ik langer heb geleefd met een dode vader dan met een levende.

2013 was een jaar waarin rondom mij heel wat mensen hun vader verloren. Eerdere jaren gebeurde dat ook wel eens, maar niet op deze schaal. Een aantal collega’s moesten (na ziekte of onverwacht) afscheid nemen van hun vader, een me zeer dierbare vriendin verloor haar vader na een slepende (maar mensonterend snel aftakelende) ziekte. Telkens wou ik zeggen of op een kaartje schrijven ‘Ik weet hoe het voelt’, maar ik kon het niet. Naar de vriendin wou ik een brief sturen over hoe ik het ervaren had mijn vader te verliezen, in de hoop dat gedeeld verdriet troostend zou kunnen werken. Maar ik kon het niet.

Ik raakte niet verder dan wat de aanhef van de brief zou zijn. Mijn herinnering aan de dromen die me plaagden de eerste weken of maanden na die oudejaarsavond. Dromen waarin de werkelijkheid van het vorige jaar nog speelde. Dromen waarin mijn vader ziek (en vaak stervend) was, maar waarin die toestand stabiel bleef en niet naar een eindpunt liep. Dromen waarin mijn vader genezen was of die genezing door één of andere medische doorbraak nakend bleek. Elke morgen weer was het zwaar wakker worden en langzaamaan te beseffen dat de werkelijkheid er anders en bleker uitzag. Daarna kwamen de dromen waarin mijn vader stierf of gestorven was. Het wakker worden werd er niet aangenamer op, daar de ‘het was maar een droom’-realisatie vastliep op het feit dat de realiteit even grimmig was. En dan kwamen nog de dromen waarin mijn vader dood, maar ook onder de levenden was. Waarin mijn hersenen verschillende realiteiten met elkaar vermengden, en daar steeds weer plausibele redenen voor moesten bedenken. Zijn dood was een medische vergissing geweest die was rechtgezet. Er was een geneesmiddel gevonden dat zijn leven nog even kon rekken. Of mijn vader had als grap zijn dood geënsceneerd, om te zien hoe zijn gezin daarmee zou omgaan (in het resultaat was hij dan telkens teleurgesteld). In de dromen bleef het verwarrend en triest, want er was nog steeds de kanker waardoor ook zijn verrijzenis telkens van korte duur zou zijn. Na het ontwaken bleef alleen de tristesse over.

Verder herinner ik me weinig van de nasleep van de dood van mijn vader, de periode van rouw en hoe ik dat te boven kwam. Het is achttien jaar geleden en herinneringen vervagen. Maar vooral: ik was toen zeventien en een puber. En pubers denken vooral of alleen aan zichzelf (zoals ik met een puberende stiefzoon in huis ook vaak merk). Ik denk dat ik vooral moeite had met het gebrek aan routine de eerste maanden, aan het feit dat we als gezin een nieuwe modus operandi moesten vinden. Zonder strenge vader die vanalles verbood en gebood. Voor een puber voor wie elke regel er één te veel is, was dat gemis ook in grote mate een bevrijding. En hoewel ik wist dat mijn vader op 45 niet oud was en het onrechtvaardig vroeg was om dan reeds te moeten sterven, beschouwde ik als puber iedereen ouder dan pakweg 30 als een amorf, hersendood wezen dat zich louter op routine door het leven bewoog. Ik gunde mijn vader zeker een langer leven, maar zoals van alle volwassen mensen zag ik anderzijds niet in wat dat bijdroeg tot de maatschappij of mijn leven.

Dat puberale denken zorgde ervoor dat ik – voor zover ik me kan herinneren – vrij snel met mijn eigen en volledig op mezelf geconcentreerde leven kon doorgaan. Dat het belangrijker was me te concentreren op hoe zeer ik door alles en iedereen werd miskend, op hoe meisjes me niet zagen staan (omdat ik hen niet durfde benaderen), op welk liedje dat weekend op één zou staan in De Afrekening. Want dat herinner ik me wel: dat muziek toen op moeilijke momenten hielp. Dat liedjes als Secret Hell en Right as Rain van dEUS – die allebei tekstregels bevatten die te maken hebben met de dood van de vader van Tom Barman – me toen steun boden op momenten dat ik het toch moeilijk had. (In schril contrast met anderhalf jaar later, na de zelfgekozen dood van schoolvriend W. – over wie later wellicht meer. Ook toen had ik muziek nodig, maar bood het keihard door de boxen jagen van pakweg Roses van datzelfde dEUS geen troost maar hooguit 4 minuten en 53 seconden verdoving.)

Uit al het voorgaande spreekt misschien het tegendeel, maar al bij al was het naar mijn herinnering niet al te zwaar om op mijn zeventien mijn vader te verliezen. Het was erg, het was onrechtvaardig, maar ik herinner me niet (of toch niet erg lang) het rauwe verdriet, de ontreddering te hebben gevoeld die ik zie bij mensen die in hun dertiger of veertiger jaren hun vader verliezen. Ik weet niet hoe het voelt. Ik benijd het hen niet.

Anderzijds weet ik ook niet hoe het is als twintiger, dertiger, veertiger, … een vader te hebben. Toen mijn vader stierf was ik een puber en mijn vader per definitie de vijand. Een man die in alles van mij verschilde en wiens waarden ik verachtte. Reeds halverwege mijn twintiger jaren ging het me zwaarder vallen geen vader te hebben toen ik zag hoe vrienden en naasten steeds meer vriendschappelijke relaties met hun ouders aangingen. En nog eens tien jaar later, kan ik niet anders dan toegeven dat ik in heel wat opzichten heel erg op mijn vader lijk. En dat het een wel erg jammerlijke speling van de natuur is dat ik dat als puber niet kon zien. Dat hoef ik mezelf niet kwalijk te nemen, want dat is hoe een puberbrein nu eenmaal werkt.

Kortom, ik weet niet hoe het is om als volwassene je vader te verliezen. En helaas ook niet hoe het is om als volwassene een vader te hebben. Op die realisatie blokkeerde ik telkens ik wou zeggen ‘ik weet hoe het voelt’ of mijn eigen ervaringen in een brief aan papier wou toevertrouwen. En terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me ook dat dat me niet had mogen tegenhouden. Dat er nog wel meer dingen anders zijn dan ze voor pubers lijken, en gedeeld verdriet wel degelijk relativerend en daarmee verkleinend werkt. Bij de dood van mijn vader kreeg ik van enkele vrienden en familieleden ook brieven toegestuurd. Als puber hielpen die me niet en vond ik de platitudes waar de situatie om vraagt (‘Je papa is nu op een betere plek’ – ‘Als ik iets kan doen, vraag het me’) eerder kwetsend dan helpend. Zag ik niet in dat ik net dankbaar moest zijn dat mensen zo erg met mij inzaten dat ze niet anders konden dan dergelijke woorden aan papier toevertrouwen. Eigenlijk is het verschrikkelijk een puber te zijn.

Ondertussen is het alweer enkele weken 2014. De eerste alinea’s van dit stuk schreef ik neer op die oudejaarsavond, de rest op verschillende momenten tussen toen en nu. Het voelde bevrijdend een aantal van die dingen neer te schrijven, maar het was ook een zware bevalling waarin ik mezelf voortdurend vastschreef. En bij het herlezen moet ik ook vaststellen dat het me niet echt gelukt is een stuk over mijn vader te schrijven, zoals ik in gedachten had. Het gaat weer allemaal over mij, mij, mij. Op sommige vlakken blijft een mens toch steeds een puber.

Ik hoop dat 2014 een genadiger jaar wordt voor mijn naasten en hun vaders en uiteraard ook hun moeders. En voor de hele wereld, eigenlijk. Een jaar met veel vallende sterren (die zinsbegoocheling mogen zijn) en wensen die (echt) waarheid worden.

4 thoughts on “Oudjaarblues (voor de vaders)

  1. Awel Koen ik heb hier met tranen in mijn ogen dit alles gelezen, zo mooi ! Het benam me de adem. Zal het nog wel eens om mijn gemakje herlezen. Iedere oudejaarsavond leeft bij mij ook dit alles’ ik heb die ster niet gezien. Liefs van je mama.

  2. Prachtig, Koen. En het is goed dat het je even tijd kostte om dit neer te pennen. Soms moeten woorden zich los wrikken en dan kijk je met tranen in de ogen naar de leegte die ze achterlaten, even betekenisvol als de moeizame woorden. Morgen een knuffel, altijd begrip. x

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s