The Jazz Life / Live Jazz

Image

Een paar weken geleden las ik in Jazzmozaïek een interview met thrillerschrijver Bavo Dhooge, die via de platencollectie van zijn overleden vader de jazzmicrobe te pakken kreeg. Goede smaak, maar in dat interview zei hij één ding dat me tegen de borst stootte: dat hij nooit naar jazzconcerten ging, daar wat hij op een podium zou zien nooit de topwerken uit de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw zou benaderen.

Nu zijn in die jaren wel degelijk heel wat opnames gemaakt die ook mij heel na aan het hart liggen, maar toch: Bavo Dhooge kan het op dat vlak moeilijk nog meer bij het foute eind hebben. Want jazz, dat is live muziek. Dat is (deels of volledig) improvisatie en daarmee elke avond anders. Er zijn prachtige lp- en cd-opnames van jazzmuzikanten gemaakt, maar in wezen is jazz enkel op die manier beluisteren iets als enkel naar gefilmde toneelstukken kijken.

Ach, Bavo Dhooge en iedereen die zich een jazzliefhebber wil noemen heeft natuurlijk het recht die liefhebberij op eigen manier in te vullen. Maar voor mij is jazz: naar optredens gaan. En neen, het is niet mogelijk nog optredens van pakweg Miles Davis, John Coltrane, Freddie Hubbard, Hank Mobley, Lee Morgan, Charles Mingus, Larry Young … (om er maar een paar te noemen die ik heel graag eens in levenden lijve had gezien) bij te wonen, maar dat wil niet zeggen dat er op live vlak niets te beleven is. Er komen heel wat muzikanten uit de hele wereld in België spelen, en we hebben hier ook zowel een jonge als een wat oudere generatie van eigen bodem die heel knap bezig is.

In mijn laatste Gentse jaren (2007-2010 … wat klinkt het alweer lang geleden) leefde ik wat ik zelf wel eens The Jazz Life plachtte te noemen. En neen, dan heb ik het niet over mijn tot weinig leidende poging saxofoon te leren spelen, maar wel over de optredens die ik in muziekstad Gent en soms ook daarbuiten meepikte.

Een gemiddelde week startte toen op maandagavond in El Negocito, waar Giovanni Barcella dan verschillende muzikanten uitnodigde om  in duo mee op te treden. Vooral de tweewekelijkse komst van Jeroen Van Herzeele was telkens een feest. Dinsdagavond speelden de grotere namen in Hot Club De Gand, en op woensdag was ik daar weer op post (meestal na muziekles en nadrink in Hotsy-Totsy) voor de jamsessies geleid door Bart Maris. Eén keer heeft Bart me weten te verleiden de sax die ik toch bijhad ook boven te halen, maar gelukkig waren er op dat uur niet veel aanwezigen meer die zich de paar aarzelende noten die ik kon voortbrengen zouden kunnen herinneren. Op donderdag had de Hot Club toen café-optredens, waarbij ik vooral wanneer Vindaloo Five speelde ook present was. Vrijdag en zaterdag waren meestal rustdagen, en op zondag pikte ik nog een drummerloos duo of trio mee bij Opatuur. En dan tussendoor ook regelmatig nog eens naar optredens in Vooruit, de Handelsbeurs (en z’n toenmalige Mineral Jazz Club) of De Bijloke. Of verder van huis in bijvoorbeeld de Brusselse AB.

Er bleef dus weinig tijd over om thuis naar al die prachtige cd’s te luisteren. Of om op de saxofoon te oefenen, helaas. En dat is er helemaal aan ingeschoten toen ik uit Gent verhuisde en stopte met les volgen. Terwijl ik eigenlijk meer tijd had om te oefenen, doordat er niet constant de verleiding was van live jazz op wandelafstand.

Om het een leven lang vol te houden was het misschien wat veel, maar toch: ik heb het gemist, mijn vier-vijf avonden live jazz per week. De laatste jaren kwam ik met moeite aan dat aantal per maand of soms zelfs per trimester.

Image

Daar heb ik de laatste weken wat aan gedaan. Ik ben een paar keer terug naar de jamsessies in de Hot Club gegaan, waar het fijn is om door Bart Maris als een verloren zoon onthaald te worden. Naar mijn saxofoon vraagt hij gelukkig niet. Eveneens in Gent bezocht ik voor het eerst de nieuwe Gent Jazz Club (in het café-restaurant onder de nieuwe stadshal). Mijn andere Gentse hotspots ben ik nog niet geraakt, maar ik heb er wel even van geprofiteerd dat met een rijbewijs eigenlijk heel Vlaanderen binnen handbereik ligt. Ik pikte concerten mee op de Jazzzolder in Mechelen (die vreemd genoeg niet op een zolder plaatsvinden) en in De Singer in Rijkevorsel. En ik overwon mijn angst voor jazzoptredens in Antwerpen (ingegeven door het wel zeer luidruchtige jazzcafé De Muze, waar ik vroeger met vrienden ook wel eens over de muziek heen ging praten) door een fijn intiem optreden mee te maken in café Hopper. En ik geraakte ook nog eens in de Lokerse Jazzklub (waar ik meer zou moeten komen, zeker gezien die eigenlijk op fietsafstand ligt).

Het was al bij al een heerlijke aha-erlebnis. En voor veel herhaling vatbaar. Al heb ik sinds een goed half jaar ook thuis eindelijk een stereo-installatie waarmee ik jazzplaten bijna kan laten klinken alsof ik er zelf bij ben. Bijna, want hoewel mijn gigantische boxen er in slagen om een contrabas te laten klinken zoals die hoort, merk ik bij live optredens nu vooral dat er niets te vergelijken is met een live drum. Dit weekend ga ik in Amsterdam dus nog maar wat échte drummers meemaken.

Live jazz, dat is niet luisteren maar beleven.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s