Nieuw leven voor het visioen van Prester John – een interview met Nathan Daems

1489185_836299389717515_234444705_n

Het is een druk jaar voor saxofonist Nathan Daems. In januari-februari trok hij met zijn Indische geïnspireerde Ragini Trio rond door Vlaanderen. Nu maakt hij zich op voor de release van het debuut van zijn Ethiopisch geïnspireerde groep Black Flower. Bij Ragini Trio was alle muziek geïnspireerd op Indische traditionele muziek, bij Black Flower schrijft Daems de nummers zelf. Of toch de basis, de rest wordt ingevuld met de rest van de groep. Beide groepen geven wel de visie weer van wat jazz volgens Daems kan of moet zijn. En voor de bezieling die hij in zijn saxofoonspel legt, maakt het duidelijk geen verschil of het materiaal zelfgeschreven is of niet.

Het zag er nochtans niet altijd naar uit dat Daems voor de jazz zou kiezen. Vooraleer hij naar het Gentse conservatorium trok, behaalde hij een diploma sociaal werk. Een kennis had hem immers verteld dat het in België niet voor de hand ligt met muziek je brood te verdienen zonder compromissen te maken.

Uit een interview op Cobra.be leerde ik dat je de jazz pas op het conservatorium hebt leren kennen. In Oosterse muziek was je al eerder geïnteresseerd, vanwaar komt die interesse?

‘Ik heb dat via vrienden leren kennen. Vooral via één goede vriend, een DJ die draait onder de naam Radio Martiko. Ik heb een half jaar bij hem ingewoond en in die tijd heel veel kunnen absorberen via zijn ongelooflijke platencollectie. Eerst leerde ik de Balkanmuziek en zigeunermuziek kennen. De oorsprong daarvan ligt grotendeels in Turkije en Arabië. De klassieke Arabische muziek is de basis geweest van veel muziekstijlen die gespeeld worden van Pakistan tot Hongarije.’

Ben je zelf ook al naar het Verre Oosten geweest?

‘Ik ben al tweemaal in India geweest. In de toekomst hoop ik nog veel te reizen. Ik woon nu in Brussel en dat brengt je ook al een stuk dichter bij het Oosten. Ik leer hier muzikanten kennen van Syrië, Iran, Marokko, Tunesië, … noem maar op!’

Is het moeilijk om deze muziek op saxofoon te spelen? In Balkanmuziek komt de saxofoon nog wel voor, maar niet in Indische muziek. Vormen de andere toonladders die daar gebruikt worden geen probleem?

‘De toonladders zijn niet het grootste probleem, het is vooral de manier waarop de muziek wordt gespeeld. In Indische muziek is alles heel vloeiend en rond. Het is technisch niet altijd mogelijk dat op een sax zo te doen. Op een viool gaat dat bijvoorbeeld veel makkelijker, omdat je daar de tonen kan buigen. Ik ben voor de sax verplicht geweest dat op mijn eigen manier weer te geven. Het is een creatieve zoektocht die nu al jaren aansleept. Ik ga er waarschijnlijk ook nooit helemaal zijn, maar dat maakt het net interessant.’

Jullie speelden met Ragini Trio ook enkele concerten met de in India zeer bekende zanger Madhrup Mudgal. Was het moeilijk om daarbij een evenwicht te vinden?

‘Dat ging makkelijker dan verwacht. Er was natuurlijk wel een culturele kloof en een kleine taalkloof ondanks het feit dat we allen Engels spraken. Maar vooral de manier waarop bands repeteren verschilde enorm. In India is Madhrup Mudgal zo ongeveer een goeroe, zijn medemuzikanten zouden het niet aandurven kritiek op hem te geven. Maar hier ging het er heel open-minded aan toe, van beide kanten. Het hielp natuurlijk dat wij veel naar Indische muziek geluisterd hebben en er dus wel voeling mee hebben. Wij waren heel opgewonden met hen te kunnen spelen, maar ook voor hen was het een fijne ervaring. Ze hoorden ons dingen spelen op een manier die zij nooit zouden doen, maar die voor hen heel fris en interessant klonk.’

Over enkele dagen komt de debuutplaat van Black Flower uit. Hoe zou je zelf de muziek van deze groep omschrijven?

‘Onze grootste inspiratiebron van buitenaf is de Ethiopische muziek, die veel Oriëntaalser klinkt dan de meeste Afrikaanse muziek. Dat komt doordat Ethiopië vroeger belangrijke handelsrelaties had met India en Saoedi-Arabië, vanwaar ook de muziek is komen overwaaien. Maar we spelen geen typische ethiopiques, zoals Ethiopisch geïnspireerde muziek wel eens wordt genoemd. In Black Flower zitten ook invloeden uit afrobeat, dub en jazz. Er zit ook wat zigeunermuziek in en andere Oriëntaalse invloeden. Maar die invloeden vallen minder op omdat de Ethiopische toonladders zo specifiek zijn dat het meteen aanvoelt als Ethiopische muziek.’

De cd van Black Flower heet Abyssinia Afterlife en in de aankondigingsteksten wordt verwezen naar Prester John, de mythische christelijke heerser van een rijk in het Oosten naar wie de kruisvaarders op zoek gingen. Vormt die mythe de rode draad op de plaat?

‘Het leuke aan legendes is dat ze niet echt gebeurd moeten zijn, het gaat om de boodschap. Prester John werd nooit gevonden door de Europeanen, die zijn hulp wouden inroepen in de strijd tegen de Moren. Ze hebben hem eerst gezocht in India en daarna in Ethiopië. De verhalen die over zijn rijk de ronde deden tartten alle verbeelding. Er zouden rivieren van smaragd geweest zijn en allerlei mythische dieren. Muziek zou een centraal element uitgemaakt hebben van zijn manier van regeren. De legende van Prester John vormt een soort visioen van een wereld waarin de beste elementen uit de Afrikaanse en Europese wereld verenigd worden, niet enkel op muzikaal vlak maar ook qua kennis, verhalen, cultuur. Dat visioen liep zijn tijd ver voorop en wordt pas de laatste decennia stilaan denkbaar. De plaat is een mengelmoes van onze Europese achtergrond en Afrikaanse en Oriëntaalse invloeden. Die middeleeuwse ideeën over het Ethiopische koninkrijk Abyssinië krijgen daardoor in het heden een soort afterlife.’

Hoe zoek je voor elk project de juiste muzikanten?

‘Ik denk altijd eerst aan de mensen die ik ken. Bij Black Flower kende ik de drummer en bassist (Simon Segers en Filip Vandebril) al lang omdat ik vaak met hen speel. Met Jon Birdsong had ik één keer gespeeld in een vrij traditionele swing-groep. Hij had een vibe die me was bijgebleven en bleek heel enthousiast over de muziek die ik wou spelen. Op toetsen hadden we eerst Fulco Ottervanger, maar die wou zich meer op zijn eigen projecten concentreren. Toen Fulco vervangen moest worden, herinnerde ik me een vroegere vriend met wie ik tien jaar geen contact had gehad, maar die volgens mijn herinnering de perfecte toetsenist kon zijn voor onze groep. Toen we met Wouter Haest één nummer gerepeteerd hadden, was meteen duidelijk dat ik me niet vergist had.’

Black Flower klinkt net als Ragini Trio erg internationaal. Heb je met beide projecten plannen om ook buiten België op te treden?

‘Er zijn al plannen voor een aantal optredens van Black Flower in Nederland en Duitsland. Maar eerst concentreren we ons op de release in België. Verdere buitenlandse plannen zijn wellicht pas voor het najaar of begin 2015. Waarschijnlijk trekken we dan met Black Flower ook naar Ethiopië. Dat zijn we nu stilaan in gang aan het steken. Met Ragini Trio hebben we over enkele maanden optredens gepland in Wenen en Zürich. Deze zomer volgt dan ook nog een tournee langs Italiaanse clubs en festivals met als special guest de pianist Bojan Z. Die internationaal vrij bekende Servische pianist hebben we leren kennen via Paolo Fresu, met wie onze bassist Marco Bardoscia vaak speelt. Hij heeft onze muziek gehoord en is erg enthousiast over de samenwerking.‘

Hoe kijk je nu terug op het advies dat je lang geleden kreeg om eerst een andere studie te doen dan muziek, daar het moeilijk is daar in België van te overleven?

‘Die persoon had gelijk vanuit zijn standpunt, maar niet vanuit het mijne. Ik heb sinds ik de keuze heb gemaakt om volop voor de muziek te gaan al een paar keer diep moeten nadenken over hoe ik verder ga. Ik blijf volop voor eigen projecten kiezen. Dat is niet altijd evident want je steekt daar veel meer tijd in dan pakweg in werk als sessiemuzikant. Maar voor mij is het nog steeds de juiste keuze. Ik heb nog steeds veel motivatie, en alle bevestiging die ik daarbij krijg is een zegen. Ik ben zeer dankbaar dat er mensen zijn die mij steunen door naar mijn muziek te luisteren en ervan te genieten. Veel mensen beseffen niet dat het van twee kanten komt. Als muzikant heb je een publiek nodig, evenveel als andersom. Dat is voor mij veel meer dan een romantisch of poëtisch ideaal.’

Het album van Ragini Trio kan beluisterd worden via Spotify, net als het album dat Daems eerder voor De Werf maakte met het Nathan Daems Quintet.

De cd/lp Abyssinia Afterlife van Black Flower verscheen als samenwerking tussen De Werf en Zephyrus vzw. Enkele fragmenten kunnen beluisterd worden op de website www.blackflower.be

Foto copyright Kjell Gryspeert

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s